Organisatiemodellen

Formele vormgeving van uw integrale samenwerking

Oprichten organisatiemodel

In het vormgeven van uw samenwerking kan het zijn dat u en uw VSV-leden de behoefte voelen om zich formeel te organiseren. Dit kan in een organisatiemodel of juridische entiteit (de twee termen kunnen door elkaar gebruikt worden). De redenen om een entiteit op te richten kunnen zijn dat u: hierdoor meer helderheid krijgt in besluitvormingsstructuren en in medezeggenschap of omdat blijkt dat het niet mogelijk is om de integrale zorgpaden vorm te geven binnen de bestaande organisatiestructuren van de leden van de VSV.

Een andere belangrijke reden om een entiteit op te richten is omdat u over wilt gaan op integrale bekostiging. Wanneer u overstapt op integrale bekostiging spreekt u straks één integraal tarief af met de zorgverzekeraar en sluit u één contract met de zorgverzekeraar.

De zorgverzekeraar wil graag met één partij zakendoen en niet met de afzonderlijke geboortezorgaanbieders. De logische stap is dan dat u met elkaar een juridische entiteit opricht en als één partij, met één gezicht naar buiten treedt.

 

Wat is een juridisch model?

Een juridisch model kan een stichting, coöperatie, B.V., maatschap, etc zijn. Maar onder een juridisch model valt ook de governance, de hele inrichting en uitwerking van de structuur, zoals eventuele statuten, aansluitcontracten met de achterban, besluitvormingsprocedures binnen de integrale geboortezorg-organisatie , toetredingseisen etc.

 

Waar moeten we rekening mee houden bij het kiezen van een juridisch model?

Met een aantal zaken. Allereerst is het belangrijk om de verschillende smaken van entiteit te kennen. Deze rechtsvormen hebben allen hun eigen kenmerken. De accenten die u belangrijk vindt als VSV bepalen uiteindelijk voor welke vorm u kiest. Er is een handreiking in de maak waar de uitwerking van de verschillende juridische vormen uitgebreid aan de orde komt. Het is belangrijk om te kijken welke vorm het beste bij het VSV past.

Ten tweede is het belangrijk om te weten welke wensen en zienswijzen de zorgverzekeraar, belastingdienst, ACM en IGZ hebben. Het zou namelijk zonde zijn om al een juridische structuur te hebben opgericht en er achteraf achter te komen dat het model bijvoorbeeld voor het behoud zelfstandig ondernemerschap niet goed uitpakt. Op dit moment zijn alle instanties nog in beweging, en het is aan te raden om CPZ Taskforce te raadplegen voor de laatste stand van zaken.


De zorgverzekeraar:
Het is ook belangrijk om rekening te houden met de eventuele voorkeuren voor wat betreft de rechtsvorm. Er zijn zorgverzekeraars die twijfelen of bijvoorbeeld de maatschap of vof [een bijzondere vorm van een maatschap] een geschikte vorm is voor integrale bekostiging. Het is goed om hierover in gesprek te gaan met de zorgverzekeraar voordat u een vorm kiest.

De belastingdienst:
De twee fiscale hoofdkwesties voor zorgverleners in een integrale geboortezorg-organisatie in oprichting zijn het behoud van het zelfstandig ondernemerschap (voor eerstelijnsverloskundigen en kraamverzorgenden) en btw-vrijstelling. In de HANDREIKING FISCALITEIT staat uitgebreid beschreven aan welke eisen de zorgverleners en de aan de belastingdienst voorgelegde organisatiemodellen moeten voldoen om het zelfstandig ondernemerschap te behouden en btw-vrijstelling te krijgen.               

ACM (Autoriteit Consument en Markt):
Het ACM heeft adviezen gegeven over het hanteren van kwaliteitsnormen en toetredingseisen, het voorkomen van niet-toegestane afstemming tussen concurrenten bij de totstandkoming van het integraal tarief en het voorkomen van een concentratie. Wat dat in de praktijk voor uw integrale geboortezorg-organisatie in oprichting betekent en welke eisen het ACM stelt, leest u uitgebreid in de HANDREIKING MEDEDINGING.

 

IGZ (Inspectie voor de Gezondheidszorg)
Een belangrijk vraag voor de IGZ is of een integrale geboortezorg-organisatie een zorgaanbieder is. Dit heeft namelijk consequenties voor de IGO. In dat geval moet deze voldoen aan een aantal wettelijke verplichtingen zoals het instellen van een kwaliteitssysteem, klachtenregeling, procedure voor een calamiteitenregeling etc. Er ontstaat dan ook een formele relatie tussen de inspectie en de integrale geboortezorg-organisatie. Mocht er iets misgaan in de zorgverlening, dan kan de IGO daar bijvoorbeeld door de Inspectie ook op worden aangesproken.

Tot nu toe hebben de meeste pioniers bij de overstap naar integrale bekostiging niet gekozen voor de variant waarbij de IGO wordt aangemerkt als zorgaanbieder. Bij de aangesloten geboortezorgaanbieders die ook feitelijk de zorg verlenen en mede ook het contract sluiten met de zorgverzekeraar, blijven de verplichtingen op grond van bijvoorbeeld de Wkkgz [dit is de nieuwe wet die de voormalige kwaliteitswet en klachtwet vervangt], zoals het hebben van een klachten- en calamiteitenregeling. Er gaat in deze constructie ook formeel geen relatie ontstaan tussen de IGZ en de IGO. Dit heeft onder andere het IGZ bevestigd. Mocht er iets misgaan in de zorgverlening, dan spreekt de Inspectie de individuele zorgaanbieder aan.

 

Tips van de juridisch adviseur en van de pioniers

  • Kijk wat bij uw VSV/ integrale geboortezorg-organisatie in oprichting past qua projectstructuur;
  • Blijf afvragen: waarom doen we dit ook al weer? Het oprichten van een entiteit of het komen tot integrale bekostiging is een middel, geen doel;
  • Blijf in gesprek met de verschillende instanties wanneer u een entiteit wilt oprichten en over wilt gaan op integrale geboortezorg. In deze fase zijn zij ook op zoek naar werkbare oplossingen;
  • Blijf in contact met CPZ Taskforce voor laatste stand van zaken;
  • Schakel een eigen juridisch adviseur in voor het opstellen van alle juridische documenten.
  • Bekijk onderstaand webinar:

 

Mis nooit meer de laatste updates!
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief